Regenwater opvangen in je tuin: zo bespaar je echt op water

Elke keer dat het regent, stroomt er bij de meeste huizen honderden liters schoon water via de dakgoot zo het riool in. Zonde, want diezelfde liters tap je in een droge zomer weer uit de kraan om je borders en moestuin in leven te houden. Met een goed opvangsysteem draai je dat om: je bewaart het water wanneer het er is en gebruikt het wanneer je het nodig hebt.

In dit artikel lees je welke opties er zijn, van een simpele regenton tot een ondergrondse tank, wat je realistisch kunt besparen en hoe je het opgevangen water zo slim mogelijk inzet.

Hoeveel water kun je opvangen?

Een handige vuistregel: één millimeter regen op één vierkante meter dak levert ongeveer één liter water op. In Nederland valt gemiddeld zo’n 800 millimeter neerslag per jaar. Heb je een dakoppervlak van 50 vierkante meter dat afwatert op één regenpijp, dan komt daar jaarlijks al snel tienduizenden liters water vanaf.

Je vangt in de praktijk niet alles op, want een deel verdampt of loopt over als je opslag vol is. Toch is de hoeveelheid ruim genoeg om een gemiddelde tuin grotendeels van water te voorzien. De besparing op je waterrekening hangt af van hoeveel je nu sproeit: wie in de zomer dagelijks de tuinslang gebruikt, merkt het verschil het duidelijkst.

De regenton: eenvoudig beginnen

De regenton is de bekendste en goedkoopste manier om regenwater op te vangen. Je plaatst hem naast een regenpijp en sluit hem aan met een vulautomaat of regenpijpvulling. Zo’n onderdeel leidt het water de ton in en stuurt het terug naar de regenpijp zodra de ton vol is, zodat je geen overstroming tegen je gevel krijgt.

Regentonnen zijn er meestal in maten van ongeveer 100 tot 300 liter. Dat klinkt veel, maar bij een flinke bui is zo’n ton binnen een kwartier vol. Wil je meer bewaren, dan kun je meerdere tonnen aan elkaar koppelen. Zet de ton bij voorkeur op een verhoging, zodat je makkelijk een gieter onder het kraantje kunt zetten en er wat meer druk op de leiding staat.

Grotere opslag: bovengronds of ondergronds

Heb je een grotere tuin of wil je echt minder afhankelijk zijn van de kraan, dan kom je uit bij een bovengrondse watertank of een ondergrondse regenwatertank. Bovengrondse tanks, vaak plat en smal zodat ze tegen een schutting of muur passen, bevatten vaak 500 tot 2000 liter en zijn relatief eenvoudig te plaatsen.

Een ondergrondse tank kan nog veel meer water bevatten en neemt geen ruimte in je tuin in beslag. Het water blijft onder de grond koel en donker, waardoor er minder snel algen ontstaan. Je hebt wel een pomp nodig om het water naar boven te halen, en de aanleg vraagt graafwerk. Sommige mensen sluiten zo’n tank ook aan op het toilet of de wasmachine, maar daarvoor gelden extra eisen aan de leidingen. Wil je meer achtergrond over tuinaanleg en handige producten voor je buitenruimte, dan vind je bij Tuinfaqs antwoorden op allerlei praktische tuinvragen.

Overweeg ook of je gemeente een subsidie geeft voor het afkoppelen van regenpijpen of het plaatsen van een regenton of tank. Dat verschilt per gemeente, dus kijk even op de website van jouw gemeente voordat je iets koopt.

Slim water geven in droge zomers

Opgevangen water is pas echt waardevol als je er zuinig mee omgaat. In een lange droge periode raakt zelfs een grote tank leeg als je elke avond de hele tuin besproeit. Met een paar gewoontes doe je veel langer met je voorraad.

  • Geef water vroeg in de ochtend, dan verdampt er het minst.
  • Geef minder vaak, maar wel grondig, zodat wortels de diepte in groeien.
  • Richt je op de plantvoet in plaats van op de bladeren.
  • Bedek de grond met mulch, compost of houtsnippers om uitdroging te remmen.
  • Geef voorrang aan moestuin, potten en jonge planten; een gazon herstelt zich na regen vaak vanzelf.

Onderhoud en veelgemaakte fouten

Een opvangsysteem vraagt weinig onderhoud, maar helemaal niets doen is geen goed idee. Maak je dakgoten in het najaar schoon, zodat bladeren en mos niet in je ton of tank belanden. Een filter in de regenpijp houdt veel vuil tegen. Sluit je regenton altijd af met een deksel: dat voorkomt muggenlarven, algengroei en gevaarlijke situaties voor kleine kinderen of dieren.

Voor de winter is het verstandig om een bovengrondse regenton leeg te laten lopen of los te koppelen, omdat bevroren water de ton of het kraantje kan laten scheuren. Ondergrondse tanks hebben daar minder last van, maar controleer wel af en toe de pomp en de filters.

Begin je net, dan is één regenton bij de schuur of achtergevel al een prima eerste stap. Merk je dat die in de zomer steeds leeg is, dan weet je meteen dat een grotere opslag de moeite waard is. Zo groeit je systeem mee met je tuin, en gaat er steeds minder kraanwater op aan planten die eigenlijk net zo blij zijn met een gieter regenwater.